Het ontwerp: lijnenplan

De theorie
Aan het ontwerp van de ‘Wadkrabber’ lagen enkele belangrijke eisen ten grondslag: een soepel gedrag in zee, ook aan de wind als het harder waait, voldoende stabiliteitsomvang, ondanks de geringe diepgang, goede snelheid en koersstabiliteit en rechtop kunnen droogvallen.
Het resultaat was een scheepje met tamelijk diepe, scherpe voorvoet en zelfs concave waterlijnen voorin, om aan de wind op ruw water klappen op de golven te voorkomen. Voor de balans onder helling kon bij zo’n scherpe kop de kont niet te breed worden. In combinatie met de geprononceerde zeeg is daarmee een uitgesproken traditioneel ogende romp geschapen, met toch een achterlijk drukkingspunt, om de golfweerstand verder te verminderen.
Arend Lambrechtsen is er in geslaagd om, ondanks de weke kimmen voor een gering nat oppervlak en soepele bewegingen in zee, een vlak met ondiepe V te tekenen, voor geringe diepgang en vrijwel rechtop droogvallen. De waterlijnen zijn slank en vervormen onder helling minimaal, wat de koersstabiliteit zeer bevordert.
Bij een zo ondiepe romp behoeft de stabiliteit veel aandacht. De ‘Wadkrabber’ heeft 300kg binnenballast in lood en 220kg loodballast in het midzwaard, dat hydraulisch wordt bediend. Mede dankzij het aanzienlijk reserve drijfvermogen in vrijboord en dwarsscheepse overhang, is de stabiliteitsomvang groot. ‘Wadkrabber’ richt zich, met het zwaard naar beneden, nog tot een inclinatie van 115°, maar beleeft het grootst richtend koppel bij 50° (960kgm).

De praktijk
Onder zeil is ‘Wadkrabber’ snel gebleken, ook hoog aan de wind op een zeer knobbelig IJselmeer met hoge, steile golven. Opvallend droog en smeuïg liep zij zonder één keer ‘hakken’ door, kruiste binnen 90° en kwam alleen onder de 5 knopen als de roerganger niet oplette. Op ruime koers liep de snelheid tegen 7 knopen. De boot ligt rustig op het roer, maar men moet aandacht besteden aan het druiltje: als dat op ruime koersen te strak door blijft staan zal de boot willen gieren. Anderzijds vallen aan de wind loef- of gierigheid met de druil goed te reguleren terwijl dat kleine achterzeiltje goede diensten bewijst in harde wind: onder kleine fok en druil kan ‘Wadkrabber’ ook in stormachtige wind nog loskomen van lagerwal.